De evaluatie van de Bibliotheekwet zal waarschijnlijk dit jaar plaatsvinden. Een goede aanleiding om hier al eens even stil te staan bij de innovatie-samenwerking tussen bibliotheken, provinciale service organisaties en de Koninklijke Bibliotheek. Een korte reconstructie en enkele persoonlijke observaties en ervaringen als aanzet voor de komende OCW-review.

Doel
Wat was ook alweer onze missie? In de innovatie-agenda 2016-2018 staat het zo: “De Gezamenlijke innovatieagenda heeft als hoofddoel om de vernieuwingskracht van de bibliotheeksector te versterken om zo toegevoegde waarde te kunnen bieden aan burgers en samenleving in lijn met de vijf functies van de bibliotheek”. De Agenda vermeldt vervolgens vier prioriteiten: jeugd & onderwijs, participatie & zelfredzaamheid, persoonlijke ontwikkeling en verandering van de klassieke bibliotheek.

Resultaat
De vraag in welke mate dit hoofddoel is bereikt kan vanuit twee invalshoeken beantwoord worden. Vanuit innovatie als proces – het omzetten van ideeën in producten en diensten voor de gemeenschap – en vanuit innovatie als resultaat. Dat is het product of de dienst zelf.
Op innovatie als proces hebben we in mijn ogen betekenisvolle vooruitgang geboekt. De banden tussen de netwerkpartners zijn op alle niveaus versterkt. Directies en professionals weten elkaar meestal snel te vinden. De genoemde prioriteiten worden doorgaans in provinciale en lokale beleidsplannen van bibliotheekorganisaties benoemd. En er is een begin gemaakt met het toepassen van methoden en technieken zoals de canvasmethode, effectmeting en design thinking. Zo bezien, is de vernieuwingskracht van de sector versterkt.
Als het gaat om innovatie als resultaat toont de innovatiebieb een overzicht met 101 innovatieprojecten (https://www.innovatiebieb.nl/projecten). Maar we hebben onvoldoende zicht op de mate waarin we er met deze innovaties in zijn geslaagd, om een groeiende groep Nederlanders te bereiken. En die effectief te helpen om slimmer, creatiever en vaardiger te worden.

Observaties: naar meer structuur in de aanpak
In dit bestek kan nog niet de balans worden opgemaakt. Enkele observaties wil ik u echter niet onthouden. Op de eerste plaats zijn vooral incrementele innovaties opgeleverd. Producten en diensten met levensvatbare bedrijfsmodellen, die aantoonbare meerwaarde hebben voor vele nieuwe groepen afnemers en voor de sector als geheel, zijn vooralsnog niet van de grond gekomen. De voortgaande digitalisering was, is en blijft een ontwikkeling waar vrijwel alle Nederlanders mee geconfronteerd worden. Deze robuuste trend heeft te weinig aandacht gehad in onze innovatieportfolio.
Het bestuurlijk overleg (Rijk, IPO, VNG) noemde anno 2016 geen concrete bedragen voor innovatie maar formuleerde wel de ambitie om te komen tot een innovatiecharter op basis van bestaande en nieuwe middelen. Dit besluit heeft de mogelijkheden voor een effectieve besturing van innovatie-activiteiten beperkt: het charter is er niet gekomen. En de spreekwoordelijke duizend bloemen zijn gaan bloeien als gevolg van versnippering van projectinitiatieven.
Mijn beeld past typisch bij de beginfase van een innovatie-samenwerking. We zullen nu een volgende stap moeten maken. Vanuit ons langetermijnbelang om de relevantie van bibliotheekfuncties voor alle belanghebbenden te vergroten, is het een gezamenlijke opgave meer structuur in de aanpak te krijgen.

 

Terug naar de nieuwsbrief