“Een belangrijke bijdrage leveren aan het slimmer, vaardiger en creatiever worden van onze gezamenlijke klanten.” Het is een van de opgaven voor de bibliotheeksector, die de Koninklijke Bibliotheek (KB) opnam in haar Beleidsplan 2015-2018. Hoe we als sector meten in hoeverre we deze belangrijke bijdrage leveren, was onderwerp van de Themabijeenkomst Effectmeting/-weging die BiSC op donderdag 27 oktober organiseerde.

Drie sprekers deelden die middag hun ervaringen en kennis over het meten van effecten: Marjolein Oomes (onderzoeker KB), Mariet Wolterbeek (directeur Bibliotheek Z-O-U-T) en Edwin van der Zalm (Vereniging Openbare Bibliotheken). Alle drie hebben zij zich de afgelopen tijd over de vraag gebogen op welke wijze de bibliotheek haar maatschappelijke effecten meet en presenteert.

Impact vergroten
Marjolein Oomes is onderzoeker bij de KB en werkt aan het onderzoek “De maatschappelijke opbrengst van de bibliotheek”. Volgens haar is het belangrijkste doel van het meten van effecten dat bibliotheken kritisch naar hun eigen dienstverlening kijken, deze verbeteren en zo de impact ervan vergroten. Daarnaast is het meten van effecten volgens Oomes belangrijk voor de communicatie met de buitenwereld. Het geeft aan welke maatschappelijke bijdrage de bibliotheek levert. Volgens Oomes zijn er nog wel een aantal stappen te zetten voordat de sector haar effecten helder in kaart kan brengen. Het ontbreekt volgens haar op dit moment nog aan een gezamenlijk begrippenkader, waaruit bijvoorbeeld duidelijk wordt wat nu bedoeld wordt met een effect. Ook ontbreekt het aan aparte meetinstrumenten die het mogelijk maken om de maatschappelijke effecten van de sector als geheel te meten.

Eerste honk
Edwin van der Zalm van de VOB deelde de conclusie van Marjolein Oomes dat een gezamenlijk begrippenkader ontbreekt. Als extern projectleider werkt hij in opdracht van de VOB aan het project “Proeftuin Meervoudige verantwoordingen”. Volgens Van der Zalm is het moeilijk om dit begrippenkader goed te definiëren, omdat er veel termen zijn die op verschillende manieren gebruikt worden. Ook had Van der Zalm een advies aan bibliotheken die aan de slag willen met de effectmeting: ken de beleidsdoelen van de gemeente en zorg ervoor dat je de gemeente ondersteunt bij het uitvoeren hiervan. Verder adviseert hij bibliotheken niet ineens alles te willen kunnen. Ga stapsgewijs aan de slag en haal eerst maar eens het eerste honk.

Productenboek
Mariet Wolterbeek, directeur van Bibliotheek Z-O-U-T meet inmiddels al een aantal jaren de maatschappelijke effecten van haar bibliotheek. De diensten van Z-O-U-T zijn gevat in een productenboek, waaruit blijkt wat de bibliotheek levert en wat ze voor de gemeente kan betekenen. De praktijkervaring die Wolterbeek heeft opgedaan, leverde een aantal waardevolle lessen op voor de aanwezigen. Zo gaf ze aan dat deze manier van werken een nauwe betrokkenheid bij en van de gemeente vereist. Dat betekent dat de bibliotheek tijd moet investeren in de relatie met de gemeente(s) in haar werkveld. Z-O-U-T plukt inmiddels de vruchten van de effectmeting. Uit het effectonderzoek dat gedaan is, bleek dat de inzet van de bibliotheek meer maatschappelijke effecten heeft opgeleverd. Zo gaf een aantal bibliotheekgebruikers bijvoorbeeld aan dat zij zich minder eenzaam voelt door de inzet van de bibliotheek. Ook heeft de werkwijze van Z-O-U-T invloed gehad op de bibliotheekmedewerkers: zij weten beter wat er van hen wordt verwacht.

Vervolg
Aansluitend aan de bijdrage van Mariet Wolterbeek gingen de deelnemers aan de bijeenkomst met elkaar in gesprek. Een van de conclusies die werd getrokken is dat het zinvol is om in het vervolg gezamenlijk op te trekken rond het thema effectmeting. BiSC zal dit vervolg faciliteren. Verder werd afgesproken dat de aanwezigen data en andere relevante informatie rond het thema effectmeting delen. BiSC organiseert in het voorjaar van 2017 een vervolg op de bijeenkomst over de effectmeting, waarvoor onder andere ambtenaren van een groot aantal Utrechtse gemeentes en de provincie een uitnodiging ontvangen.