Blog door Peter van Eijk In de eerste helft van dit jaar hebben velen in de bibliotheeksector zich kunnen uitspreken over de mogelijke inhoud van een nationale innovatieagenda. Het deed me denken aan de regio-bijeenkomsten die de VOB in het voorjaar van 2008 organiseerde met als bedoeling om te komen tot ‘de Agenda voor de Toekomst’. Als co-auteur mocht ik hieraan meewerken. Terugdenkend aan die periode, en aan de innovatiebeweging die daarna op gang is gekomen, komen er enkele reflecties bij mij boven. Deze kunnen relevant zijn aan de vooravond van een nieuwe periode van samen innoveren.

Uitzoeken, uitwerken, uitvoeren
De eerste reflectie houdt in dat je over de achterliggende jaren een onderscheid kunt maken in drie fasen: uitzoeken, uitwerken, uitvoeren. Kort samengevat ging het hierom:

  • Uitzoeken: Wat is de missie van ons werk? Wat zijn de opgaven waar we voor staan? Wat zijn de hoofddoelen? Deze fase nam, inclusief besluitvorming, indertijd circa acht maanden in beslag.
  • Uitwerken: Hoe gaan we het innovatieproces organiseren? Hoe kunnen we een gezamenlijk programma ontwerpen? Welke middelen willen we hiervoor inzetten? Dit waren complexe vragen. We moesten afwegingen maken tussen bestaande programma’s, nieuwe ideeën voor lokale en regionale werkplannen en mogelijke aanpassingen in de prioriteiten met betrekking tot de inzet van personeel en financiën. In 2008 – 2009 vereiste de beantwoording van deze vragen ruim een jaar doorlooptijd.
  • Uitvoeren: het taaie proces van vernieuwen dat zich in de praktijk van alledag op veel plaatsen vervolgens heeft voltrokken.

Nationale innovatieagenda
Afgelopen juni is de nationale innovatieagenda in het bestuurlijk overleg vastgesteld. In mijn termen: de fase van ‘’Uitzoeken” is afgerond en de fase van ‘’Uitwerken’ is net begonnen. Dat brengt me op een tweede reflectie: juist nu is het van belang om na te gaan hoe we als leidinggevenden de energie, de ideeën en ervaringen van veel betrokkenen en geïnteresseerden zo goed mogelijk bij de hierop volgende fase van uitvoering aansluiten. Anders geformuleerd: hoe kunnen we inhoud en vorm geven aan een proces van collectieve intelligentie?

Collectieve intelligentie
Harvard professor Linda Hill schreef over dit onderwerp een interessant boek: ‘Collective genius: the art and practice of leading innovation’. Een prominente rol is daarin weggelegd voor Pixar. Deze animatiestudio bezorgt mensen wereldwijd ontspannende momenten en is zowel artistiek als technologisch en financieel zeer succesvol over een langere periode.

De inzet van honderden mensen
Toy Story 1 t/m 3, Monsters en co, Finding Nemo, The Incredibles… vermoedelijk heeft u wel één of meer van deze computeranimatie films gezien. Linda Hill heeft onderzocht hoe Pixar erin is geslaagd om door de jaren heen succesvol te blijven. Haar belangrijkste conclusie? Het is ‘’collective genius’’: het zijn circa 250 professionals die vanuit een artistieke, technologische of business achtergrond in een meerjarig samenwerkingsproces iedere keer weer aansprekende resultaten weten te boeken. Geen solitaire genialiteit van de directeur. Geen plotselinge flitsen van inspiratie en doorbraken van individuele professionals. Nee, innovatie in deze studio komt neer op een ingewikkeld, iteratief jarenlang productieproces met als belangrijkste kenmerken: een ideeëncompetitie tussen vele talenten, testen, herontwerpen van nieuwe versies, vallen, opstaan en doorzetten… Alleen de verhaallijn uit het script en de verkoopdatum voor de titel staan vast. En de rol van de algemene leiding? Die beperkt zich tot twee zaken. Allereerst geeft Ed Catmull, directeur en mede-oprichter, het kader aan: hoogwaardige producties moeten een wereldwijd miljoenenpubliek bereiken en als resultaat moet er winst worden geboekt, zodat nieuwe films kunnen worden gemaakt. In de tweede plaats faciliteert de leiding het productieproces door bescherming en ruimte te geven aan de honderden professionals.

Betekenis voor bibliotheekinnovatie
Wat kunnen wij als voortrekkers van innovatie in de bibliotheeksector hier nu mee? Drie punten vallen op:

– Werk de nationale agenda uit in termen van een kader met scherpe innovatiedoelen. Denk hierbij aan het hoofddoel uit het beleidsplan van de KB 2015 – 2018: mensen helpen om creatiever, slimmer, vaardiger te worden. Een aanvullende opgave hierbij voor bibliotheken is om in dit verband ook nieuwe programma- en projectbaten te genereren. De traditionele grootste inkomstenbron, die van lokale cultuursubsidies, staat vrijwel overal onder druk.

-Benut de collectieve intelligentie van onder meer studenten, ondernemers en onderzoekers. Zet bijvoorbeeld de luiken open door het organiseren van een nationale ideeëncompetitie. Toets de ideeën van betrokken buitenstaanders aan de innovatiedoelen en bundel vervolgens de middelen en professionele krachten.

– Accepteer in de uitvoeringsfase de mislukkingen en teleurstellingen. Er zijn vele ideeën en pogingen nodig om betekenisvol te kunnen blijven voor een miljoenenpubliek. Dat geldt zowel voor private internationale bedrijven, als voor maatschappelijk ondernemers in ons land.

Ik ben benieuwd naar ideeën van buitenstaanders en kijk overigens uit naar Toy Story 4 (releasedatum 15 juni 2018)!

Peter van Eijk, directeur-bestuurder BiSC