Najaar 1985
Het kantoor in mijn eerste vaste baan aan de Tilburgse universiteit is een smalle pijpenla. Het ‘gereedschap’ dat de beginnende kantoorklerk ter beschikking staat is overzichtelijk. Een bureau met stoel, een archiefkast, een typemachine, papier met wat schrijfwaren en een telefoontoestel voor intern verkeer. Verzoeken voor externe gesprekken zijn aan te vragen bij ‘de centrale’. Het faculteitsbestuur buigt zich in die tijd over de vraag wie er in aanmerking komen voor een personal computer. Als jongste bediende val ik buiten de prijzen.

Winter 2018
Het contrast met de hedendaagse praktijk is enorm. In onze kantoortuin staan voor iedereen ter beschikking: een werkplek met 2 schermen, online toegang tot programmatuur, apparatuur voor printen, kopiëren en scannen. Voor diegenen die ambulant zijn is er nog aanvullend ‘gereedschap’ zoals laptops.
In dertig jaar zijn we grootschalige techniekgebruikers geworden: de opkomst van ICT is onvermijdelijk in het moderne leven. Zowel in werk als in privé.
Echter we zijn niet alleen techniekgebruikers, we zijn ook betekeniszoekers. Dat we met de technologie efficiënter kunnen werken is duidelijk. Maar in hoeverre zijn we ook effectiever geworden? In welke mate slagen we erin om onze doelen beter te bereiken met het moderne gereedschap?
Over de rol die ICT speelt bij veranderingen bestaat nog weinig betrouwbare en toepasbare kennis. Uit de hoge stapel publicaties en rapporten over dit onderwerp dringt één conclusie zich op: er zijn lasten en er zijn baten. ICT is een veroorzaker maar ook een oplosser van problemen. ICT heeft een Januskop.

Lijden
Het ene gezicht toont ICT als onstuitbare ontwikkelingskracht maar daarmee ook als veroorzaker van onbalans en problemen. In mijn werkpraktijk was dit vaak de aanleiding voor nieuwe ICT-projecten. In een gemeente moest bijvoorbeeld de datacommunicatie infrastructuur worden uitgebreid vanwege toenemende gebruikerswensen. In een bedrijf ondersteunde de leverancier niet langer de apparatuur waarmee gewerkt werd. En in ons land bestond aan het eind van de jaren negentig het vermoeden van een millenniumbug in alle software bij overheden en bedrijven. En keer op keer drong nieuwe technologie zich op. Waarbij het er vooral om ging de organisaties tijdig aan te passen aan de nieuwe realiteit. En daarmee het lijden aan digitalisering te beperken…

Leiderschap
Dan het andere gezicht van Janus. Dat laat ICT zien als gereedschap, als middel om gewenste veranderingen in een organisatie – of zelfs in de samenleving – door te voeren. Daarbij gaat het om de ambitie ICT in te zetten als middel voor het bereiken van onze doelen. Dan gaat het er niet langer om het lijden aan digitalisering te beperken, maar om het tonen van digitaal leiderschap. Dit is voor bibliotheken een urgente opgave want onze klanten besteden steeds meer tijd in de virtuele wereld. Hoe kunnen we onze betekenis voor eindgebruikers vergroten door nieuwe digitale diensten te bieden? Door uitstekende werkplekvoorzieningen te creëren op honderden plaatsen in ons land? Klanten thuis toegang te geven tot niet openbare bronnen? Gepersonaliseerde aanbiedingen te doen via moderne CRM systemen?

Doordacht digitaliseren
De grote druk die ICT genereert en de ontwrichtende werking op maatschappelijke sectoren is ook voor bibliotheken een gegeven. Aanpassen is het parool. Maar het benutten van de mogelijkheden om meer waarde te creëren voor klanten hebben we zelf in de hand. We moeten doordacht digitaliseren. En dat is precies waarmee we in onze kantoortuin anno 2018 bezig zijn. We blijven erover bloggen.

Terug naar de nieuwsbrief