Leesspecialisten lopen er regelmatig tegenaan dat scholen een samenwerking met de bibliotheek en het hervormen van het leesonderwijs voor zich uit schuiven. Hervorming van het leesonderwijs en de samenwerking met bibliotheken is van groot belang maar scholen zien de urgentie onvoldoende. Hoe daarmee om te gaan legden Cubiss en BiSC voor aan taalexpert Joanneke Prenger van SLO

 Laten we beginnen bij het begin. Waarom staan we waar we staan als het gaat om het leesonderwijs? Prenger zoekt de verklaring daarvan voor een deel in de manier waarop het onderwijs in (begrijpend) lezen nu wordt vormgegeven. Het onderwijs in leesstrategieën lijkt vaak een doel op zich. Er wordt vaak gewerkt met op het niveau van de leerlingen afgestemde teksten, die daarvoor verarmd worden. En leerlingen hoppen van de ene tekst naar de andere zonder dat daar enige samenhang in zit. Er is dus geen sprake van gezamenlijke kennisopbouw. Daarnaast wordt vaak – naar analogie van de toetsen – gewerkt met een vaste set vragen bij een tekst, waarbij de inhoud van de tekst niet genoeg centraal komt te staan. Dat werkt demotiverend.

Randvoorwaarden vanuit de overheid
Hoe zou het leesonderwijs verrijkt kunnen worden? Welke impuls is daarvoor nodig? Hiervoor zou het volgens Joanneke Prenger kunnen helpen als de inspectie in haar toezichtskader opneemt, dat er doorgevraagd moet worden naar het leesbeleid van scholen. Ook moeten in haar ogen schoolbesturen en -directies weer meer de leiding gaan nemen bij de inrichting van het leesonderwijs. Aangescherpte kerndoelen en een goed Leesoffensief vanuit de overheid zouden dat kunnen aanzwengelen.

Samenwerken met de bibliotheken
Maar nu even over de rol van de bibliotheken in dit verhaal. Bovenstaande randvoorwaarden waardoor scholen ‘aan gezet’ worden, zijn belangrijk. “Maar”, zegt Prenger, “het zou natuurlijk nog mooier zijn als scholen zelf zouden inzien dat leesvaardigheid in grote mate het schoolsucces bepaalt en dat ze zich opnieuw zouden gaan bezinnen op de vragen: ‘Doen we het goede? Waarom geven we ons leesonderwijs vorm zoals we dat nu doen?’ Daar kan de bibliotheek een belangrijke rol in spelen door een goede samenwerking met de scholen aan te gaan.”

Lees!
Om het belang van een samenwerking met de bibliotheken meer door te laten dringen bij de schoolbesturen en schoolleiders, kunnen leesconsulenten hen confronteren met één van de genoemde publicaties over het leesonderwijs. Vooral de publicatie van de Onderwijsraad (Lees!) is er één waar je niet omheen kunt. Er staan mooie argumenten in die pleiten voor meer samenwerking tussen scholen en bibliotheken. Daarbij start de overheid (OCW) vermoedelijk na de zomervakantie met een leesoffensief dat ook steun kan bieden bij het bepleiten van deze samenwerking. Prenger vermoedt dat in dit leesoffensief aandacht komt voor de rolverdeling tussen het onderwijs en bibliotheken en andere organisaties.

Scholen benaderen
In een gesprek met leesconsulenten op 16 april jongstleden kwam een aantal succesverhalen naar voren van scholen die met het leesoffensief aan de slag zijn gegaan. Al deze succesverhalen hebben iets gemeen: de directeur ondersteunt het team zowel inhoudelijk als praktisch en in het docententeam zitten een paar enthousiastelingen. Door de directeur zover te krijgen het belang in te zien van het leesoffensief, kunnen leesconsulenten ver komen. De directeur ‘rekruteert’ dan namelijk enkele enthousiaste leerkrachten die de boodschap goed kunnen overbrengen op de rest van het team en daarmee iedereen mee kunnen krijgen.

Ook bottom-up
Maar een andere conclusie is dat je in de scholen ook bottom-up moet werken. Omdat de directie vaak input vraagt van het team over dit soort zaken. Voor een leesconsulent is het volgens Prenger belangrijk te weten hoe je een team in beweging krijgt. “Als hij of zij die kennis en vaardigheden bezit, is een goede samenwerking met de school een flinke stap dichterbij.”

 En daarna…
Wanneer leesconsulenten de scholen dan hebben doordrongen van het belang van een goede samenwerking met de bibliotheek, moet deze samenwerking natuurlijk ook haar vruchten af gaan werpen. Wat is in de samenwerking dan de taak van de leesconsulent van de bibliotheek? Welke zeven taken binnen het fictie- en het begrijpend leesonderwijs zijn te onderscheiden? En welke inzichten hebben BiSC en Cubiss voor de ondersteuning van leesconsulenten nog meer opgedaan? Voor meer informatie belt u met ons.

Terug naar de nieuwsbrief