In het publieke domein klinkt de roep om meer aandacht te geven aan ‘maatschappelijke effecten’ steeds luider. Twee voorbeelden uit de afgelopen maand.

Op landelijk niveau was er in de Tweede Kamer ‘de Derde dinsdag van mei’: de jaarlijkse bespreking van de Staat van de Rijksverantwoording. Arno Visser, de voorzitter van de Algemene Rekenkamer, bespreekt dan onder meer de kernvraag: krijgen burgers in Nederland waar voor hun belastinggeld? Zijn medewerkers deden in dit kader vijf verdiepende onderzoeken over 2015 en concluderen: “Uit deze onderzoeken blijkt dat er nog een wereld te winnen is bij het in beeld brengen van geld en prestaties. Met scherper zicht op de economische en maatschappelijke effecten kunnen ministers beter beleid maken, kan het parlement zijn controlerende taak beter uitoefenen en krijgen burgers meer inzicht wat er met belastinggeld gebeurt” (bron: www.rekenkamer.nl).

Op 27 mei presenteerde gedeputeerde Mariëtte Pennarts tijdens een inspirerende bijeenkomst de Cultuur- en Erfgoednota 2016-2019 voor de provincie Utrecht, getiteld “Alles is nu”. Daarin staan met betrekking tot de bibliotheeksector enkele beoogde maatschappelijke effecten expliciet genoemd. Gelet op verschillende bestuurlijke opgaven beschrijft het provinciebestuur de gewenste toekomstige situatie in termen van ‘effecten’. Bijvoorbeeld: “De inwoners in Utrecht kunnen goed lezen en schrijven en zijn in staat om internet te gebruiken om informatie te vinden, te filteren en te benutten” (`zie de nota, pagina 77). Dit is een transparante aanpak die duidelijkheid biedt aan alle direct betrokken actoren.

Betekenis voor netwerkpartners
Wat betekent deze toenemende nadruk op ‘effecten’ voor netwerkpartners in het bibliotheekstelsel? Allereerst dat we – nog meer dan voorheen – expliciet aandacht gaan geven aan het gezamenlijk bespreken van de beoogde effecten van plannen en van innovatieve ideeën. Daarnaast neemt het belang toe van standaardisering van de effectmeting en van het voeren van een voortgaande dialoog tussen beleidsmakers en beleidsuitvoerders over dit onderwerp. Een gemeenschappelijk begrippenkader kan miscommunicatie en dubbel werk voorkomen.

Laten we gezamenlijk als partners dit relatief nieuwe expertiseveld gaan betreden, want inderdaad: er is nog een wereld te winnen.

Peter van Eijk,
directeur BiSC

Fotobijschrift: Minister Dijsselbloem en president Arno Visser van de Algemene Rekenkamer op Verantwoordingsdag in de Tweede Kamer.