Zolang we laaggeletterdheid blijven bekijken door een smalle lens, blijven belangrijke persoonlijke ervaringen en vaardigheden onderbelicht. Precies dát is waar we samen met Bibliotheek Twenterand en Onderzoeksbureau Gelijkschap aandacht voor vragen in ons nieuw ontwikkelde pleidooi. Lees en praat je mee?
Inhoud
- Inleiding
- Moeite hebben met bepaalde basisvaardigheden is niet voor iedereen een probleem
- De blik op basisvaardigheden is te beperkt
- De zichtbare ervaringsverhalen zijn te vaak hetzelfde
- Er moet meer aandacht uitgaan naar ongemak bij professionals
- De keerzijde van leren: wat kost het iemand?
- Waardering voor alternatief kapitaal
- Conclusie: Een nieuwe kijk is noodzakelijk
- Verder praten over dit pleidooi? Neem contact op!
Inleiding
De afgelopen jaren is er gelukkig veel aandacht voor laaggeletterdheid*. Tegelijkertijd speelt een beperkte en vaak problematische blik al jaren een rol in het gesprek over laaggeletterdheid. Het gaat vooral over het aantal laaggeletterden en het moeilijk bereiken van een kwetsbare groep. Mensen die moeite hebben met lezen en schrijven worden doorgaans neergezet als hulpbehoevend of “achterlopend”. Door alleen één kant in beeld te brengen wordt geen recht gedaan aan ervaringen, meningen en vormen van kracht binnen deze groep. Om echt vooruitgang te boeken, is een bredere manier van denken nodig — één die niet alleen kijkt naar wat ontbreekt, maar ook naar wat er al is.
Moeite hebben met bepaalde basisvaardigheden is niet voor iedereen een probleem.
Op dit moment wordt laaggeletterdheid bijna altijd in beeld gebracht als een tekort dat opgelost moet worden. Maar veel mensen die moeite hebben met bepaalde factoren of onderdelen van lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden (i.e. basisvaardigheden) ervaren dit helemaal niet als een probleem. Ze hebben manieren gevonden om hun leven zinvol en werkbaar vorm te geven, relaties te hebben, werk te doen en deel te nemen aan de samenleving zonder dat geletterdheid daarin het middelpunt vormt. Door laaggeletterdheid alleen in beeld te brengen als een tekort, ontkennen we deze werkelijkheid en leggen we een norm op die niet voor iedereen passend of kloppend is.
*We gebruiken basisvaardigheden en laaggeletterdheid door elkaar. In beide gevallen hebben we het over mensen met ervaringskennis in moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden.
De blik op basisvaardigheden is te beperkt
Deze tekortbenadering vormt bovendien het uitgangspunt voor veel beleid en interventies. Deze richten zich sterk op het aanleren van basisvaardigheden: letters, woorden, zinnen. Maar basisvaardigheden, geletterdheid en dus ook taal is meer dan dat. Taal is ook een sociale code — een manier van doen, spreken, begrijpen en je bewegen in sociale omgevingen – van familie tot school en werk. Alleen woorden kennen betekent nog niet dat iemand ook kan meekomen in de systeemwereld. Door de blik vooral te richten op basisvaardigheden als technische taal-, reken en digitale vaardigheden, missen we de bredere vraag: hoe zorgen we dat mensen echt kunnen meedoen op manieren die voor hen betekenisvol zijn?
De zichtbare ervaringsverhalen zijn te vaak hetzelfde
De ervaringsverhalen die momenteel het podium krijgen, laten vaak een vergelijkbaar patroon zien: er was sprake van schaamte en vastlopen, daarna werd een cursus gevolgd en uiteindelijk werd de laaggeletterdheid ‘overwonnen’, met een duidelijke verbetering van de kwaliteit van leven als resultaat. Hoewel deze verhalen waardevol zijn, vertegenwoordigen zij slechts een deel van de werkelijkheid. De meeste andere ervaringen blijven buiten beeld, zoals de unieke en diverse verhalen van mensen die andere keuzes maken of hun situatie op een andere manier vormgeven. Ook negatieve ervaringen met – of de minder positieve gevolgen van – het volgen van een cursus krijgt weinig aandacht. Hierdoor ontstaat een onjuist beeld dat de mensen om wie het gaat als groep van één kant laat zien en de ruimte voor andere verhalen is beperkt.
Om tot een inclusiever en realistischer beeld van laaggeletterdheid te komen, is het nodig om bewust ruimte te maken voor andere stemmen en vormen van ervaringskennis – op podia, in beleid, gesprek en in het maatschappelijk debat. Ook mensen die andere strategieën ontwikkelen of andere keuzes maken, hebben nuttige en belangrijke inzichten. Sommigen kiezen er bijvoorbeeld voor om bepaalde taken te delegeren, e-mails of rapporten door anderen te laten schrijven of door hiervoor AI in te zetten. Anderen willen hun laaggeletterdheid niet centraal stellen, omdat hun gevoel van eigenwaarde voor hen zwaarder weegt. Daarnaast zijn er mensen die hun verhaal wél willen delen, maar niet passen binnen de huidige beeldvorming van het succesverhaal en daardoor geen podium krijgen. Juist deze stemmen zijn nodig om een vollediger beeld te schetsen. Zonder hun inbreng komt het onderwerp maar op één manier in beeld en doen we onvoldoende recht aan de verschillende manieren waarop mensen omgaan met laaggeletterdheid.
Er moet meer aandacht uitgaan naar ongemak bij professionals
De gedachte over het hebben van een tekort en beeldvorming over laaggeletterdheid dragen eraan bij dat het voeren van gesprekken over basisvaardigheden beladen is geworden. Vaak wordt tegen professionals gezegd ‘het bespreekbaar te maken’. Maar het feit dat er ‘iets bespreekbaar gemaakt moet worden’ suggereert al dat er een groot (nog onzichtbaar) probleem is. Dus wat overblijft is het gevoel als professional of vrijwilliger: Óf je ‘beschuldigt’ iemand van laaggeletterdheid en dat is iets slechts. Of je zegt maar niets en hebt daardoor geen idee of iemand eigenlijk wel voldoende basisvaardigheden heeft om te doen wat op dat moment nodig is of gevraagd wordt. Hier zit de eenzijdige focus op laaggeletterdheid – namelijk: een individuele tekortkoming waarvoor iemand zich moet schamen – een gesprek van mens tot mens in de weg. Zo’n gesprek vraagt dat professionals zich kwetsbaar durven te tonen. Hiervoor is steun van de organisatie een voorwaarde. Zonder die steun blijft het risico bestaan dat het gesprek vooral draait om het signaleren van een probleem, in plaats van om samen te onderzoeken wat iemand nodig heeft.
De keerzijde van leren: wat kost het iemand?
Leren lezen en schrijven wordt vaak gepresenteerd als een logische winst. Maar voor veel mensen gaat leren ook gepaard met verlies, spanning en verwarring. Wie jarenlang heeft geleund op anderen en op andere vaardigheden, kan ervaren dat vertrouwde rollen verschuiven of wegvallen. Wat blijft er over als datgene of diegene waar je jarenlang op bouwde ineens minder nodig lijkt? Leren raakt het zelfbeeld. Het kan nieuwe relaties laten opbloeien maar ook bestaande relaties onder druk zetten, bijvoorbeeld wanneer afhankelijkheid verandert of verwachtingen groeien. Ook binnen families en gemeenschappen kan iemands positie verschuiven, met gevoelens van schaamte, loyaliteitsproblemen of vervreemding tot gevolg. Deze kant van leren blijft vaak onbesproken, terwijl juist hier de pijn zit en ondersteuning nodig is. Leren is daarmee niet alleen een technische stap vooruit, maar ook een ingrijpende emotionele en sociale transitie, met gevolgen die diep ingrijpen in het dagelijks leven.
Waardering voor alternatief kapitaal
Veel laaggeletterden beschikken over een rijk alternatief kapitaal: creativiteit, praktische intelligentie, sociale slimheid, het vermogen om te delegeren, te improviseren en oplossingen te vinden. Dit zijn geen dingen die er zomaar bij komen, maar vaardigheden die nodig zijn om te kunnen functioneren in het dagelijks leven. Toch worden ze in het dominante verhaal rond laaggeletterdheid bijna niet erkend. De focus ligt vooral op wat ontbreekt, waardoor uit beeld raakt wat er wél is — en dat is vaak indrukwekkend veel.
Wie niet kan terugvallen op geschreven informatie of niet altijd de ‘juiste’ woorden kent, leert andere vormen van kennis ontwikkelen. Het leren ‘lezen’ van mensen in plaats van boeken is daar een sprekend voorbeeld van. Het steeds weer aanvoelen wat er verwacht wordt, het interpreteren van toon, houding en sociale omgeving, het snel schakelen en reageren op onverwachte situaties Dat vraagt om creativiteit en sociale intelligentie, opgebouwd door jarenlange ervaring. Deze ervaringskennis wordt zelden openlijk gewaardeerd, terwijl het om échte talenten gaat. Een bredere blik vraagt dat we dit alternatief kapitaal niet alleen zien, maar ook erkennen als volwaardige kennis. Niet als opstapje naar ‘echte’ vaardigheden, maar als iets dat op zichzelf bestaansrecht heeft — en dat bovendien benut kan én moet worden.
Conclusie: Een nieuwe kijk is noodzakelijk
De manier waarop er op dit moment naar laaggeletterdheid gekeken wordt is te smal, te voorspelbaar en te weinig in lijn met de werkelijkheid van de mensen om wie het gaat. Zolang we vasthouden aan een probleemgerichte benadering waarbij alle verhalen op elkaar lijken, blijven we dezelfde groepen bereiken, dezelfde verhalen herhalen en dezelfde interventies herproduceren —zonder echte vooruitgang. De noodzaak ligt dan ook niet in nóg meer cursussen of nóg meer campagnes, maar in het doorbreken van het hardnekkige beeld dat laaggeletterdheid wordt gezien als een persoonlijk en eenduidig tekort.
Een bredere blik is nodig om recht te doen aan de diversiteit aan ervaringen, de sociale en maatschappelijke structuren die het dagelijks leven vormgeven, en aan mensen die misschien moeite hebben met lezen en schrijven maar dit zelf niet als probleem zien. Dit betekent ook serieus nemen dat taal invloed heeft op hoe iemand wordt gezien, zich voelt en kan meedoen in relaties, op school of op het werk. Zonder deze verbreding blijven we van mensen verwachten dat zij zich aanpassen aan een norm die niet voor iedereen passend of relevant is. Het is tijd om het perspectief te kantelen. Niet omdat het ‘mooier’ klinkt, maar omdat het simpelweg juister, eerlijker en uiteindelijk effectiever is.
Verder praten over dit pleidooi? Neem contact op!
We vinden het fijn als dit pleidooi wordt gedeeld en gebruikt. Vermeld daarbij graag de bron: Pleidooi: Tijd voor een breder perspectief op laaggeletterdheid, Natascha Notten (Onderzoeksbureau Gelijkschap), Femke Reijnen (Cubiss-Bisc), Dianne Companje (de Bibliotheek Twenterand), 2026. Download het pleidooi als pdf.
Wil je verder in gesprek? Heel fijn! Neem via mail contact op met:
Natascha Notten – Onderzoeksbureau Gelijkschap
Femke Reijnen – Cubiss-Bisc
Dianne Companje – de Bibliotheek Twenterand


