De orkaan Irma heeft Sint Maarten zwaar getroffen. Het eiland moet toekomstbestendig worden gemaakt want klimaatdeskundigen voorspellen op termijn de komst van nieuwe orkanen in de regio. Toekomstbestendig herbouwen en renoveren is ook in de provincie Groningen aan de orde. Want hoeveel gas er nog gewonnen gaat worden, aardbevingen zullen zich helaas blijven voordoen.

Beide voorbeelden tonen een mogelijk toekomstscenario. Als bestuurders en bewoners zich er niet op voorbereiden, kunnen nog meer nare gevolgen ontstaan. Logisch dus dat zij nu nadenken over de wijze waarop het onroerend goed moet worden aangepast aan nieuwe omstandigheden. En begrijpelijk dat in deze context vaak het woord “toekomstbestendig” wordt gebruikt.

Dit woord is ook populair als het gaat over de toekomst van bibliotheekwerk. “De toekomstbestendigheid van de instelling staat centraal in het nieuwe kader”, lezen we op de website over certificering van openbare bibliotheken (https://www.certificeringob.nl/certificering2018/uitgangspunten). En ook in bestuurskamers wordt het belang van toekomstbestendigheid regelmatig benadrukt. Maar in de populariteit van het begrip schuilt volgens mij een risico voor ons als maatschappelijk ondernemers.

Wat maakt dat woord “toekomstbestendig” dan zo problematisch in de context van bibliotheekvernieuwing? Welnu, op de eerste plaats dat een heldere uitwerking van het begrip meestal ontbreekt. Maar veel erger is dat er een dreigende toekomst mee wordt opgeroepen. Iets toekomstbestendig maken klinkt een beetje als het afwenden van natuurrampen of ander ongerief dat onafwendbaar op ons afkomt. Een doemscenario waartegen we ons moeten beschermen, dat bestuurlijke kramp opwekt en – nog erger – heel veel tijd en aandacht vraagt van bestuurders, leidinggevenden en bibliotheekprofessionals. Maar zeg nu zelf, moeten we ons gereedmaken voor een toekomst van verdere ontlezing en minder lenende leden? Of gaan we gebruikmaken van de talloze mogelijkheden en gereedschappen die ons ter beschikking staan om maatschappelijke meerwaarde te leveren op gebieden waar we verstand van hebben?
U zegt vast en zeker ook dat laatste. En daarom pleit ik ervoor om vooral “toekomstgericht” te handelen: vanuit een ondernemende houding aandacht besteden aan het ontwikkelen van nieuwe dienstverlening die we vanuit onze kernfuncties kunnen creëren.

Een voorbeeld?
Kort na de raadsverkiezingen in het vroege voorjaar treden er nieuwe gemeentebestuurders aan met ambities om maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. In overleg met deze bestuurders en hun beleidsadviseurs kunnen we nagaan hoe de kennis en infrastructuur van bibliotheken daarbij van dienst kunnen zijn. Bij welke klussen die zij moeten klaren, kunnen wij een helpende hand bieden? Denk bijvoorbeeld aan geletterdheid, zelfredzaamheid, eenzaamheid, of aan nieuwe vormen van informeel leren.

Is, na jaren van aanhoudende bezuinigen, überhaupt nog een periode van groei voorstelbaar? De vraag stellen, is haar beantwoorden. Onszelf concentreren op zaken die we (menen te) kunnen beheersen – zoals tegenvallende inkomsten, ingrijpende technologische ontwikkelingen of verdergaande ontlezing – is raadzaam. Maar niet voldoende om groei in maatschappelijke meerwaarde te creëren. Zeker zo belangrijk is het om voldoende aandacht te geven aan de toekomst die we wensen: aan de maatschappelijke effecten die we moeten bewerkstelligen en de impact die we als sector willen hebben.

Terug naar de nieuwsbrief