Woorden doen ertoe. Die gedachte bekruipt mij regelmatig bij de gesprekken over nieuwe, levensvatbare bedrijfsmodellen voor bibliotheken. Want aan woorden wordt niet altijd dezelfde betekenis toegekend. Met miscommunicatie en zelfs irritatie tot gevolg. Een voorbeeld? De proeftuin.

Geïnspireerd door ondernemende professionals in andere sectoren, maken we voor bibliotheekinnovatie sinds enige tijd gebruik van proeftuinen. Stichting Bibliotheekwerk heeft hierover interessant materiaal gepubliceerd (zie onder meer https://www.bibliotheekwerk.nl/inhoud/uploads/2016/06/proeftuin.pdf). Maar wat verstaan we in onze sector precies onder een proeftuin? Wie werken er met welke opdracht? Zijn onze klanten ook in de proeftuin of zijn zij minder belangrijk bij het experiment? En als er een succes is geboekt in de proeftuin, zeggen we dan dat de proeftuin is geslaagd? Of hebben we het dan over een experiment in de proeftuin dat is geslaagd?

Van Dale noemt een proeftuin een tuin waarin proeven worden genomen ten behoeve van de tuinbouw. Een goed voorbeeld hiervan Vond ik in Dordrecht, bij Villa Augustus. De stadstuin van dit hotel-restaurant bevat onder meer een proeftuin die het resultaat is van jaren experimenteren en ervaring. Het hele jaar door worden hier alle mogelijke groenten, kruiden en fruit geteeld en vervolgens verwerkt in de gerechten.

Bij de experimenten zijn met name de koks en de hoveniers betrokken. Samen creëren zij de gerechten van de toekomst. Het is helder wie de opdrachtgever is en waarom: de eigenaar van het hotel, die meerwaarde aan gasten wil bieden en die de continuïteit van zijn bedrijf nastreeft. Zijn gasten hebben vrij toegang tot de stadstuin en als zij dat willen, kunnen zij tegen een passende vergoeding proeven van de lekkernijen.[1] Uiteindelijk zijn zij bepalend voor de successen uit de tuin.

Dit bezoek aan Villa Augustus leverde drie inzichten op voor onze proeftuinen:

  • Allereerst, dat het van belang is om proeftuinen te blijven inzetten bij bibliotheekvernieuwing. Experimenten staan immers ook bij ons aan de basis van mogelijke nieuwe dienstverlening.
  • In de tweede plaats, dat het nodig is om de betrokkenheid van onze klanten en subsidiënten bij de proeftuinen te vergroten. Zij waarderen en bepalen uiteindelijk het resultaat.
  • En ten slotte: het is zaak om meer aandacht te geven aan bedrijfsmatige aandachtspunten, zoals de wijze waarop we gezamenlijk kunnen omgaan met de opbrengsten uit een proeftuin.

Peter van Eijk, oktober 2017

[1] Zie voor meer informatie over de proeftuin: www.villa-augustus.nl