Blog Peter van Eijk – Nu ik weer direct betrokken ben bij de dienstverlening van ‘de digitale bibliotheek’ vragen relaties regelmatig: “Wat is eigenlijk het einddoel, wanneer is die digitale bibliotheek klaar?” Met verwijzing naar de titel van een fascinerend boek van Martijn Aslander en Erwin Witteveen, is mijn antwoord steevast dat de digitale bibliotheek ‘nooit af’ is.

Een citaat van de achterflaptekst: “Burgers, bedrijven en organisaties moeten leren het Nooit Af principe te omarmen. We moeten onze zaken regelen met oplossingen die juist tijdelijk zijn, zodat we ons voortdurend kunnen aanpassen en verbeteren. Dit vereist een totaal nieuwe kijk op de fundamenten ons leven, werk, school, wonen, relaties, overheidstaken, management en wetgeving.” Kortom lezer, dit boek van deze duiders van de netwerksamenleving, is een aanrader. Download de gratis e-book versie en oordeel zelf.

Van idee naar realisatie: grote verschillen tussen fysiek en digitaal
Zo vreemd is de vraag naar een einddoel overigens niet. Want we zijn opgegroeid in de wereld van fysieke bibliotheekgebouwen met een grote verzameling boeken. In die wereld zie je het volgende proces zich vaak voltrekken. Het begin is een lange fase van gemeentelijke beleidsvorming en besluitvorming, met daarin een wisselende mate van inspraak door de bevolking. Na het besluit tot nieuwbouw of renovatie, volgt de selectie van een architectenbureau via een (internationale) aanbesteding. De winnende architect gaat vervolgens schetsen en maquettes maken, zodat iedereen kan zien hoe het gebouw eruit gaat zien. Kort samengevat: dit is een proces van jaren dat eindigt met de feestelijke opening. Belangrijke kenmerken zijn: een gedegen voorbereiding, dan het eindontwerp bouwen en opleveren. En toegegeven: de resultaten mogen er zijn, want op veel plaatsen in ons land staan in het oog springende bibliotheken op A-locaties. Niet iedereen hoeft er gebruik van te maken, maar niemand kan eromheen. En gelukkig maken miljoenen mensen gebruik van deze publieke voorziening.

Rol lokale overheden
Hoe anders is het in de digitale wereld. Allereerst de rol van lokale overheden. Zij hebben geen bemoeienis met het ontwerp van diensten voor ’de digitale bibliotheek’. Hun financiële bijdragen daaraan zijn alleen terug te vinden in de jaarlijkse uitname uit het Gemeentefonds, ten behoeve van de landelijke inkoopcommissie. In de tweede plaats is ook de ‘inspraak’ niet vergelijkbaar. Waar bewoners-raadplegingen in de fysieke wereld standaard onderdeel uitmaken van het proces, is daarvan in het digitale domein geen sprake. Wat betreft het vergroten van betrokkenheid van toekomstige eindgebruikers bij digitale innovatie is er veel ruimte voor verbetering.

Waardeproposities
In de derde plaats valt op dat het ontwerpen van waardeproposities in het digitale domein een hele jonge discipline is. Dit in tegenstelling tot het eeuwenoude ambacht van het realiseren van gebouwen. Het wekt dan ook geen verbazing dat er nog nauwelijks innovatiearchitecten zijn op dit nieuwe veld. (Deze benaming komt van professor Paddy Millar. In dit korte IESE-promofilmpje legt hij uit wat hij hieronder verstaat). Dit verklaart waarom we het als direct betrokkenen meestal nog moeten doen met powerpoint-presentaties van projectdeskundigen, waarin ‘plateauplanningen’ en applicatielandschappen centraal staan.

Zichtbaar voor eindgebruikers
En dan de resultaten van alle softwareontwikkeling en projectimplementaties? Zijn die eenvoudig te vinden voor miljoenen internetsurfers? Nee, dat is niet automatisch het geval. Want zichtbaar worden voor eindgebruikers en vervolgens traffic genereren is in de digitale wereld een vak apart. Social media als Facebook, Instagram, LinkedIn, etc. domineren en wie gevonden wil worden moet actief zijn op deze platforms, en moet bovendien hoog scoren bij de Google zoekmachine.
Er is ten slotte een ongemakkelijke waarheid die vermelding verdient. Als internetgebruikers missen we ‘de digitale bibliotheek’ niet snel, want we worden overladen met streaming audio en video, podcasts, email berichten van zakelijke of persoonlijke aard.

De overeenkomst: het uitbesteden van opdrachtgeverschap is niet mogelijk
Naast de genoemde verschillen is er ook een belangrijke overeenkomst. De eindverantwoordelijkheid voor alles wat gebouwd is en wat vervolgens in gebruik wordt genomen, ligt bij de bestuurder. Anders gezegd: het uitbesteden van opdrachtgeverschap is niet mogelijk. Dit geldt ook voor innovatie, dienstverlening en veiligheid in het digitale domein.

Opgewekt
Er is alle reden om deze betekenisvolle functie opgewekt te blijven vervullen. Want vele bestuurders hebben aanmerkelijk bijgedragen aan de realisatie van fraaie gebouwen in het afgelopen decennium. Met vertrouwen kunnen ze daarom leiding blijven geven aan de doorontwikkeling en uitbouw van de digitale bibliotheek – wetend dat dit werk ‘nooit af’ zal zijn.

Peter van Eijk, directeur-bestuurder BiSC