Voor mij is digitale transformatie misschien wel de belangrijkste professionele drijfveer. Vanaf halverwege de jaren tachtig heeft ieder project waaraan ik mocht deelnemen, wel op de één of andere manier bijgedragen aan een waardevolle en toekomstbestendige ontwikkeling. Met als uiteindelijk doel  om de klant van morgen te kunnen dienen.

Het ging daarbij overigens nooit alleen om technologie. Zoals dat ook geldt voor andere grote bewegingen zoals de energietransitie. Dus digitalisering op zichzelf is maar een onderdeel van het omvattende innovatieproces waarin onze maatschappij zich bevindt. Daar waar ik – met enige regelmaat – aandacht vraag voor de noodzakelijke antwoorden die ook onze sector moet geven op misschien wel de trend van onze tijd, ga ik er steeds van uit dat in de boardrooms van Nederland digitale transformatie hoog op de strategieagenda staat.

Niet dus.

Dat bleek uit een recent onderzoek van het Nationaal Register en Nederland ICT in samenwerking met VNO-NCW: “Als de top van het Nederlands bedrijfsleven wordt gevraagd naar de impact van de digitale transformatie op hun organisatie, blijkt dat slechts een derde hier een beeld bij heeft. En hoewel een ruime meerderheid van bestuurders aangeeft dat ICT erg belangrijk is voor hun organisatie, blijkt digitalisering vrijwel niet op strategisch niveau te worden behandeld.” [1]

Verontrustend
Er hebben 173 deelnemers meegedaan aan het onderzoek. De meesten zijn ouder dan 50 jaar (76%). In de semipublieke sector zijn de meeste respondenten actief, dan volgen het bedrijfsleven, de financiële sector, overheid en wetenschap.
Dat ICT “erg belangrijk” is voor de corebusiness van de eigen organisatie, vindt bijna de helft van de deelnemers. En respondenten uit de semipublieke sector geven vaker dan vertegenwoordigers uit de private sector aan dat de eigen organisatie “totaal afhankelijk” is van ICT. Maar wat de onderzoekers “verontrustend” noemen is het feit dat men ICT slechts op operationeel niveau belangrijk vindt. Met andere woorden het strategisch potentieel onderschat.
Waar het gaat om digitale transformatie zien de respondenten kansen en barrières in de eigen organisatie. Bij de kansen worden genoemd het hebben van een flexibele organisatie en het beschikken over een duidelijke visie over dit onderwerp. Als belangrijkste barrières noemen de deelnemers het werven en inzetten van de juiste mensen die verstand van zaken hebben, het ontbreken van de benodigde investeringen en het meekrijgen van de mensen in de organisatie.

Hoog tijd voor ronde tafelgesprekken
Deze uitkomsten zijn ook voor u vast herkenbaar.  Mijn opluchting is dat we ons blijkbaar in goed gezelschap bevinden. Maar lang duurt die opluchting niet. Die maakt plaats voor onrust om toch vooral ook in onze eigen kring te herijken hoe we er op strategisch niveau bij staan. Hoe het met ons bestuurlijke zicht op  de digitale transformatie staat.  Vragen die dan opdoemen: Wat kan de nieuwe VOB-Commissie Digitaal hier samen met de KB in betekenen? Hoe vinden we de juiste mensen met de expertise die nodig is? Welke mogelijkheden zijn er om nieuwe effectieve partnerships te sluiten in dit verband? Hoe kunnen we schaarse middelen beter bundelen en hoe kunnen we meer ruimte creëren voor experimenten?
Het zijn grote vragen, die zich aan ons opdringen. Hoog tijd dus voor het organiseren van een paar ronde tafelgesprekken in de zomermaanden. Ik heb er zin in. Wie mee wil doen, weet me te vinden.

[1]Het gehele onderzoekverslag is hier te downloaden: https://www.nationaalregister.nl/kennisbank/nulmeting-digitale-transformatie-boardrooms-nederland

 

Terug naar de nieuwsbrief