Innoveren is voor bibliotheken en provinciale serviceorganisaties een belangrijke opgave. Sterker nog, we lezen vaak dat we wel moeten innoveren om te kunnen overleven. Dat is nogal wat. Het roept de vraag op waar onze vernieuwing dan precies in moet gaan zitten. Gaat het om technologie of om proposities? Is de uitdaging digitaal of ligt die elders?

Levenslang stokpaardje
Voor mij is innovatie een levenslang stokpaardje. Dat kan niet anders als je halverwege de jaren tachtig bij een nog steeds bloeiende consultancy (M&I Partners) leerde hoe de ontwikkeling en inzet van ICT op de juiste wijze verbonden moet worden aan doelstellingen van organisaties. Later mocht ik me in opdracht van het ministerie van Economische Zaken inzetten voor de positie van de dienstensector, door aan te tonen hoezeer ‘verdienstelijking’ bij kan dragen aan nieuwe proposities. Proposities waarin producten en dienstverlening natuurlijk in elkaar overvloeiden. Vandaaruit ontstond de belangstelling voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsmodellen. Die immers eerst nodig zijn om diensten te kunnen ontwerpen en uit te voeren. En daarna werd als kwartiermaker en eindverantwoordelijke voor het zelfstandige Bibliotheek NL , de arena van de bibliotheek-innovatie betreden.

Meervoudige betekenis
Nu ik laatste jaren meer in lokale en provinciale bibliotheekorganisaties aan de slag ben, ervaar ik de meervoudige betekenis van permanent innoveren in de dagelijkse praktijk. Het betreft zowel het doorvoeren van overzichtelijke veranderingen in dagelijkse processen (‘’de kleine i’’), als het opnieuw doordenken van alle bouwstenen van je bedrijfsmodel (‘’grote I’’). En daarbij gaat het steeds om het aanpassen aan ontwikkelingen in onze turbulente omgeving, om zo relevant te kunnen blijven voor klanten en bestuurlijke opdrachtgevers. Om het formuleren van antwoorden in het tijdperk van de E-books en bol.com. Hoe kunnen we het ritme van deze tijd succesvol overdragen naar onze organisaties? De crux is het ritme zodanig te accommoderen dat we effectief bij kunnen blijven dragen aan volhoudbare groei van individuen en lokale gemeenschappen.

Anders gezegd: ondanks de focus op ICT, systemen en processen zijn we als bibliotheekorganisaties eigenlijk vooral bezig met sociále vernieuwing. Dat doen we als we ons gebouw herontwerpen in de richting van een ’third place’, dat doen we ook als we in samenwerking met professionals in andere disciplines een ontmoetingsplek voor alle inwoners creëren. Zoals de Dorpskamer van Bibliotheek AVV in Mijdrecht. En we doen het als we – bijvoorbeeld aan de hand van de algoritmen van Bookarang – een veel persoonlijker leesadvies voor onze klanten formuleren dan ‘leest u dan ook eens deze nieuwe van Herman Koch’. Sociale vernieuwing doen we ook als we erin gaan slagen om de reeds bestaande inzichten van Customer Relationship Management toe te passen in onze dagelijkse klantprocessen. Bij dit alles is het hoofddoel steeds hetzelfde: het stimuleren van vaardigheden (taal, digitale geletterdheid) voor persoonlijke ontwikkeling en eigen kracht, zodat iedereen mee kan blijven doen in de moderne maatschappij.

Deze column is ook verschenen in Bibliotheekblad nr. 2/3 van maart 2018 in de nieuwe rubriek ‘Bibliotheekinnovatie’

Terug naar de nieuwsbrief